Deze iep van de eerste grootte staat bekend om de bijzondere kurklijsten die hij vormt op de bast en twijgen. Een grillig groeiende soort met groen gezaagd blad met lichte onderzijde. Voor een vochthoudende luchtige kalkhoudende bodem. Verdraagt verschillende omgevingsfactoren. Synoniem Ulmus minor var. suberosa.
| Herkomst: | Europa, Noord-Afrika en West-Azië |
|---|---|
| Volwassen hoogte: | Eerste grootte bomen 12+ m |
| Groeiwijze: | Brede kroon, Grillig groeiend, Halfopen, Ovaal |
| Toepassing: | Bomen aan de kust, Grote tuinen, Pleinen en parken, Solitair |
| Omgevingsfactoren: | (zee)windbestendig, bestand tegen strooizout, kan goed tegen luchtvervuiling, droogtebestendig |
| Bodem: | goed doorlatende vochtige bodem, kalkminnend |
| Bloemen: | maart |
| Bloeikleur | groen, purper |
| Vruchten: | bruin, gevleugelde nootjes |
| Bladeren | eirond, gezaagd, lancetvormig |
| Bijzonderheden | grillig groeiend, kurklijsten |
Voor een offerte, vragen over ons assortiment of een van onze diensten kunt u gebruik maken van het contactformulier, wij beantwoorden deze vragen zo snel mogelijk.